‘Een joods kind dat weet van eeuwen heeft’
Anne Frank als vluchtelinge, schrijfster en icoon (Amsterdam: Prometheus, 2022)
Redactie: Frank van Vree en Martin van Gelderen
Ons boek
Elk stukje nieuws over Anne Frank is per definitie wereldnieuws, of het nu gaat om een cold case over het verraad, de boom in haar achtertuin of de schuine moppen op een paar door haarzelf afgeplakte pagina’s in het dagboek. Anne Frank is een wereldwijd icoon en het Achterhuis ias als museum ook een beetje een bedevaartplaats, met meer dan een miljoen bezoekers per jaar, afkomstig uit de hele wereld.
In deze bundel wordt de wordingsgeschiedenis van Anne Frank als wereldwijd symbool vanuit verschillende invalshoeken onder de loep genomen.
Dat verhaal begint met de omgeving waarin ze opgroeide: de familie uit Frankfurt en de wereld van Duitse vluchtelingen in Amsterdam, maar ook het angstige leven in de onderduik in een stad waar collaboratie en verraad geen uitzonderingen waren.
Er wordt uitvoerig stil gestaan bij Anne als weerbarstig en gepassioneerd schrijfster en de uiterst positieve maar bescheiden ontvangst van het dagboek in de eerste jaren na de publicatie in 1947. De bundel analyseert de bonte veelheid van reacties en sentimenten die Anne met haar dagboek in de afgelopen 75 jaar heeft opgeroepen. Op de golven van het uitzinnige succes van de Amerikaanse toneel- en filmbewerking groeide zij vanaf de jaren vijftig uit tot een universeel icoon, niet alleen van de jodenvervolging, maar ook van veerkracht, weerbaarheid en onschuld.
Anne is, zo dichtte Ida Gerhardt en zo toont de rijke receptie van het dagboek, ‘een joods kind dat weet van eeuwen heeft’.
Met bijdragen van Bob Moore, Afke Berger, Margot Dijkgraaf, Bettine Siertsema, Ann Rigney, Dienke Hondius, Guus Meershoek, David Duindam, Frank van Vree en Martin van Gelderen.
Ons plaatje
Dit keer geen foto van Anne, maar een illustratie uit een roman die ze, naar eigen zeggen, maar liefst vier keer las: Zomerzotheid, de bestseller van de hand van Cissy van Marxvedlt.
De eerste druk verscheen in 1927, ons plaatje komt uit de tweede druk. Het was allemaal ‘knal’, schreef Anne met een typische Cissy van Marxveldt-term.
Anne’s dagboek werd al snel een ‘grote steun’, zo merkte ze op de openingspagina van haar dagboek tot twee keer op. Dat gold ook, voegde ze toe, voor ‘onze lieve club, die ik nu geregeld schrijf’. De ‘club’ was de Jopopinoloukicoclub; een tongbreker die de beginletters combineerde van de voornamen van de zeven heldinnen uit Anne’s lievelingsromans, de Joop ter Heul-reeks. Het gaat dan om de hoofdpersoon Joop ter Heul en haar vriendinnen Pop, Pien, Noor, Lou, Kitty en Connie. Schrijfster Cissy van Marxveldt (1889-1948) had in 1919 de eerste roman uit de serie gepubliceerd, De H.B.S-tijd van Joop ter Heul.
De relatie tussen de dagboeken van Anne Frank en de romans van Cissy van Marxveldt is in veel opzichten hecht te noemen.
Om te beginnen hielp de eerste Joop ter Heul-romanAnne bij het structureren van haar eerste dagboekschrift en bij het vinden van haar eerste onderwerpen. Anne koos er, in navolging van de roman De H.B.S-tijd van Joop ter Heul, voor haar dagboek te schrijven in de vorm van brieven. Anne koos voor een epistolair dagboek.
In het geval van de Joop ter Heul-roman schiep deze literaire vorm veel ruimte voor spontaniteit en bevorderde het de authenticiteit. Anne koos voor dezelfde weg.
Ten tweede richtte Anne haar dagboekbrieven vanaf september 1942 expliciet aan de heldinnen van de Joop terHeul-romans, maar niet aan Joop, het centrale personage in de romanreeks. In zekere zin verplaatste Anne zich in de positie van Joop.
In haar eerste dagboekschrift voert Anne dialogen met de belangrijkste vriendinnen van Joop, die nu ook haar vriendinnen zijn geworden en deel uitmaken van Anne’s wereld en van haar leven.
De sterke overeenkomsten van Anne’s eerste dagboekschrift met de eerste roman van de Joop ter Heul-reeksreiken dus verder dan literaire imitatie. Anne leeft tijdens de onderduik samen met haar Joop ter Heul-penvriendinnen. Anne’s dialogen met de vriendinnen van Joop ter Heul vormen een belangrijk deel van de wereld waarin Anne leeft; het is het deel dat het leven in de onderduik als het ware over de muren van het achterhuis aan de Prinsengracht heen tilt.
Na verloop van tijd kiest Anne ervoor haar dagboekbrieven alleen te richten aan Kitty, die zich, naarmate de Joop ter Heul-romans vorderen, ontpopt als de meest onafhankelijke van de romanheldinnen. Kitty ontwikkelt zich in de romanreeks van een olijke, vertederende deugniet tot een vlotte en onafhankelijke jonge vrouw.
Joop en Kitty, en ook Pit en Dot, de hoofdpersonen van Zomerzotheid, zijn, zoals de tekening van Hans Dorrebach illustreert, meisjes die van het leven willen genieten.
Tegelijk zoeken ze als jonge vrouwen naar hun ware ‘ik’ en hun eigen plek in relatie tot anderen, het meest direct tot vrienden en familie, maar ook meer in het algemeen in de maatschappij.
De dagboeken van Anne Frank zijn geschreven in deze geest. Anne was niet een willoos slachtoffer van brute tirannie, maar een jonge vrouw, een ‘bakvis’ nog, een actieve schrijfster, heel bewust op zoek naar haar jeugdige ‘zelf’.
